De Nederlandse overheid heeft de afgelopen jaren vergaande maatregelen getroffen ter bestrijding van het coronavirus. Ondernemers en organisaties zijn hierdoor hard geraakt. Werknemers konden niet meer (volledig) aan het werk worden gezet terwijl de kosten doorliepen. De overheid heeft daarom een pakket aan maatregelen gepubliceerd om de economische gevolgen van het coronavirus op te vangen. Onderdeel van deze maatregelen was de introductie van de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid, oftewel de NOW.
Op basis van de NOW kon bij het UWV een subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd, onder voorwaarde dat er sprake was van een substantieel omzetverlies.
Wij hebben voor u een overzicht gemaakt van de belangrijkste kenmerken van de verschillende tranches van de NOW. Dit overzicht kunt u downloaden als pdf.
DOWNLOAD SCHEMA BELANGRIJKSTE KENMERKEN (PDF)
Download English version ‘Important features of the different installments of the NOW’ (pdf)
Het omzetverlies wordt vastgesteld door de omzet in een meetperiode in 2020, 2021 of 2022 (mét corona) te vergelijken met de omzet in de referentieperiode (zonder corona). De referentieperiode is in beginsel gebaseerd op de gemiddelde omzet in 2019 in een gelijk aantal maanden als de meetperiode.
Voor alle tranches van de NOW geldt een minimaal omzetverlies van 20%.
Als er sprake is van een nieuwe onderneming, overname of afstoting, dan kan de referentie-omzet onder bepaalde voorwaarden op een alternatieve wijze worden berekend. Kort gezegd wordt er dan gekeken naar de omzet na de oprichting, overname of afstoting in een bepaalde periode. Zo kan tot een meer representatieve referentie-omzet worden gekomen.
Voor het vaststellen van het omzetverlies wordt uitgegaan van de natuurlijke of rechtspersoon die werkgever is, tenzij de werkgever onderdeel is van een concern. In dat geval moet worden gekeken naar de omzetdaling van het concern. Onder concern wordt verstaan: alle Nederlandse rechtspersonen en vennootschappen van een groep en alle buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen van een groep met SV-loon in Nederland. Buitenlandse rechtspersonen en vennootschappen zonder SV-loon in Nederland blijven voor het bepalen van de omzetdaling dus buiten beschouwing. De peildatum voor het vaststellen van het concern verschilt per tranche van de NOW-regeling.
Als een zelfstandige werkmaatschappij of groepsdeel wordt geconfronteerd met een omzetverlies van ten minste 20% terwijl hiervan op concernniveau geen sprake is, dan kan het omzetverlies ook op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij of groepsdeel worden berekend. Dit wordt ook wel de concernuitzondering genoemd. Hiervoor gelden aanvullende voorwaarden. Zo moet er onder meer een overeenkomst over werkbehoud worden gesloten met een vereniging of vertegenwoordiging van werknemers en staat deze optie niet open voor personeels-bv’s. Verder moet de gehele groep zich houden aan restricties met betrekking tot dividend en winstuitkeringen, bonussen aan bestuur of directie en de inkoop van eigen aandelen. Hiernaast zijn er voorwaarden met betrekking tot het overnemen van opdrachten of projecten en het uitlenen van personeel binnen de groep.
Voor het berekenen van de loonsom worden gegevens uit de loonaangifte gebruikt. Het UWV neemt deze gegevens automatisch over van de belastingdienst. De NOW-subsidie is in beginsel gebaseerd op de loonsom in de referentiemaand. De referentiemaand verschilt per tranche van de NOW-regeling.
Zijn er door de werkgever in de referentiemaand incidentele betalingen gedaan waardoor er sprake is van een niet-representatieve loonsom? Dan kan het UWV deze bij de uiteindelijke vaststelling van de subsidie in bepaalde situaties uit de loonsom filteren. Hiermee kan worden voorkomen dat het lijkt alsof de loonsom over de subsidieperiode daalt.
Verder is er een maximum gekoppeld aan de loonsom van tweemaal het maximummaandloon. Boven dit bedrag komt loon niet meer voor subsidie in aanmerking.
Bovenop de loonsom komt een opslag voor werkgeverslasten zoals vakantiegeld, pensioen en sociale premies. Deze opslag bedraagt 30% of 40%, afhankelijk van de tranche van de NOW-regeling.
Daalt de loonsom in de subsidieperiode? Dan kan dit leiden tot een substantiële verlaging van de subsidie of zelfs een volledige terugbetalingsplicht. Voor elke euro waarmee de loonsom in de subsidieperiode daalt wordt namelijk € 0,80 - € 0,90 op de subsidie in mindering gebracht. Vanaf de NOW-3 is wel sprake van een vrijstellingspercentage. Als de daling van de loonsom binnen het vrijstellingspercentage blijft, dan zijn er geen gevolgen voor de subsidie.
Als er een beroep op NOW-subsidie is gedaan, dan moet de subsidie binnen een bepaalde termijn definitief worden vastgesteld. Deze termijn verschilt per tranche van de NOW-regeling. Vaststelling van de subsidie gebeurt via het UWV. Als de subsidie niet tijdig of correct wordt vastgesteld, dan moet deze worden terugbetaald.
In bepaalde situaties is bij vaststelling van de subsidie een controleverklaring vereist. Zo is bij de NOW-1 en NOW-2 een accountantsverklaring vereist bij een voorschot van in totaal € 100.000,- of meer of een subsidie van in totaal € 125.000,- of meer (per regeling en per concern). Vanaf de NOW-3 is een accountantsverklaring vereist bij een voorschot of subsidie van € 125.000,- of meer. Bedrijven die een beroep doen op de concernuitzondering en de omzetdaling op het niveau van een zelfstandige werkmaatschappij of groepsdeel berekenen moeten altijd een accountantsverklaring overleggen.
Ook als geen accountantsverklaring is vereist moeten bedrijven die een NOW-1 of NOW-2 voorschot van € 20.000,- of meer ontvangen, of een subsidie van € 25.000,- of meer ontvangen, een derdenverklaring overleggen waarin onder meer de omzetdaling wordt bevestigd. Dit kan bijvoorbeeld een verklaring van een accountant, brancheorganisatie of financieel dienstverlener zijn. De overheid heeft hiervoor een speciaal formulier beschikbaar gesteld. Vanaf de NOW-3 is een derdenverklaring vereist bij een voorschot of subsidiebedrag van € 40.000,- of meer.
Nadat vaststelling van de subsidie is aangevraagd zal het UWV binnen 52 weken een eindafrekening verstrekken. Op basis daarvan kan nog een correctie plaatsvinden. Dit kan betekenen dat extra subsidie wordt verstrekt of dat er subsidie moet worden terugbetaald. Hierbij zal een drempelbedrag gelden voor de invordering van een te hoog verleende subsidie. Bedragen tot € 500,- hoeven door werkgevers niet te worden terugbetaald. Ook kunnen werkgevers om een betalingsregeling verzoeken wanneer een bedrag niet in één keer kan worden terugbetaald. Het UWV heeft aangegeven deze verzoeken welwillend te behandelen.
Bij een beroep op de NOW bestaat de verplichting om de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden en de subsidie aan te wenden voor betaling van de loonkosten. Ook mag er onder de NOW-1 en NOW-2 in beginsel geen ontslagaanvraag worden ingediend op grond van bedrijfseconomische redenen. Daalt de loonsom of wordt er toch een ontslagaanvraag ingediend? Dan kan de subsidie worden verlaagd.
Vanaf de NOW-3 is de ontslagboete bij het starten van een ontslagprocedure bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen en bij collectief ontslag komen te vervallen. Hiernaast geldt er vanaf de NOW-3 een vrijstellingspercentage, op basis waarvan de loonsom kan dalen zonder dat dit gevolgen heeft voor de subsidie.
Verder is een werkgever verplicht om de ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of (bij gebreke daarvan) de werknemers te informeren over het beroep op de NOW. Sinds de NOW-2 heeft een werkgever ook een inspanningsplicht tot scholing en ontwikkeling van werknemers.
Vanaf de NOW-3 bestaat tevens een verplichting om, op basis van telefonisch contact met het UWV, te zorgen voor werk-naar-werk begeleiding wanneer er in de subsidieperiode een ontslagprocedure wordt gestart bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Als hier niet aan wordt voldaan, dan leidt dit tot een korting van 5% op de subsidie.
Ook heeft een werkgever gedurende 5 jaar na de datum waarop de subsidie is vastgesteld de verplichting om op verzoek nadere informatie of documenten te overleggen.
Hiernaast gelden er aanvullende voorwaarden wanneer:
In dat geval zijn er restricties met betrekking tot het uitkeren van dividend of winst aan aandeelhouders en derden, alsmede bonussen of winstdelingen aan bestuurders en directieleden.
Ook mogen er geen eigen aandelen worden ingekocht. Deze verboden zien in beginsel op het jaar 2020. Vanaf het tweede tijdvak van de NOW-3 zien de verboden in beginsel op het jaar 2021 en vanaf de NOW-6 zien de verboden in beginsel op het jaar 2022. Bij een gebroken boekjaar gelden de verboden vanaf de NOW-2 voor het boekjaar of de boekjaren waarin de subsidieperiode valt.
Heeft u een vraag over de NOW of wenst u hulp bij het definitief vaststellen hiervan? Neem dan gerust contact met ons op.