Een reorganisatie of bijvoorbeeld samenwerking tussen bedrijven vraagt om professionele aandacht. U wilt daarbij vanzelfsprekend fiscale ‘verrassingen’ en bijvoorbeeld onnodig hoge vennootschapsbelasting voorkomen.
Bij de toepassing van de volgende reorganisatiefaciliteiten in de inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, is onder voorwaarden fiscale terugwerkende kracht mogelijk tot het begin van een boekjaar:
Het toepassen van fiscale terugwerkende kracht betekent dat de reorganisatie voor de toepassing van de betreffende fiscale reorganisatiefaciliteit eerder van kracht wordt, dan het moment waarop de bijbehorende juridische aktes worden gepasseerd. Fiscale terugwerkende kracht is alleen mogelijk onder voorwaarden. Eén van de voorwaarden is, dat de vereiste juridische handelingen om de reorganisatie te effectueren - het passeren van de akte(s) - binnen een bepaalde termijn plaatsvinden. Afhankelijk van het type reorganisatie is de termijn 15 of 12 maanden, te rekenen vanaf het tijdstip waarnaar de reorganisatie fiscaal terugwerkt.
De huidige bijzondere omstandigheden als gevolg van de coronacrisis kunnen als gevolg hebben dat deze termijnen niet worden gehaald. Om te voorkomen dat de fiscale terugwerkende kracht naar het beoogde tijdstip als gevolg daarvan niet mogelijk is, heeft de Staatssecretaris van Financiën het beleid versoepeld. Er is goedgekeurd dat de inspecteur de termijn op verzoek met 3 maanden verlengt in gevallen waarin de oorspronkelijke 15- of 12-maandstermijn verstrijkt in de periode van 1 maart 2020 tot en met 30 september 2020.
Let op! Als de oorspronkelijke 15- of 12-maandstermijn eerder is verstreken dan 1 maart 2020, bijvoorbeeld op 1 januari 2020, geldt de versoepeling niet.
Volgens de normale regels is een fiscaal verlies van een BV (of een ander ‘lichaam’ dat vennootschapsbelastingplichtig is) over een bepaald jaar ‘achterwaarts’ verrekenbaar met de winst van het voorafgaande jaar (en ‘voorwaarts’ met de winst van de daarop volgende zes jaren). Door deze achterwaartse verliesverrekening kan een BV de (eerder betaalde) vennootschapsbelasting over de winst van het vorige jaar (deels) terugontvangen. Dit geldt dus ook voor het in 2020 verwachte verlies in verband met de coronacrisis. Het verwachte verlies van 2020 kan echter pas bij de aanslagregeling van het jaar 2020, dus pas in 2021, worden verrekend. Omdat het kabinet het wenselijk vindt dat bedrijven eerder over de noodzakelijke liquiditeiten kunnen beschikken, is de mogelijkheid van een ‘fiscale coronareserve’ in 2019 in het leven geroepen. Op de slotbalans van het jaar 2019 mag hierdoor een fiscale coronareserve kan worden gevormd tot maximaal het bedrag van de fiscale winst van 2019. De fiscale coronareserve mag echter niet hoger zijn dan het in 2020 te verwachten verlies als gevolg van de coronacrisis.
Door de coronareserve kan het (verwachte) verlies van 2020 dus al bij de aanslagregeling van 2019 worden benut. De coronareserve geldt alleen voor vennootschapsbelastingplichtige bedrijven en dus niet voor ondernemers die zijn onderworpen aan de inkomstenbelasting (denk aan eenmansondernemingen en ondernemingen in maatschapsverband).
Heeft u vragen over de fiscale maatregelen die u kunt treffen tijdens de coronacrisis? Neem dan contact op met een van onze fiscalisten.